Homepage > Achtergrond > Kernkwaliteiten

Kernkwaliteiten van Noordoost-Twente

Naast water, landschap en natuur is het de cultuur die zorgt voor het typische Twentse landschap

Noordoost Twente is een groen gebied, met veel fraaie cultuurlandschappen, veel cultuurhistorische waarden en een goed ontwikkelde toeristisch-recreatieve sector. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open landschap en een kleinschalig besloten landschap. Van oudsher zijn landbouw, natuur, bos, landschap en recreatie nauw met elkaar verbonden. De 70 landgoederen (in totaal 3.700 hectare) spelen daarin een belangrijke rol. De natuur kent een grote variatie en is gekoppeld aan water en het cultuurlandschap. Ook zijn talloze kleine landschapselementen, zoals heggen, poelen, beken en houtwallen nog steeds aanwezig.

Naast water, landschap en natuur is het de cultuur die zorgt voor het typische Twentse landschap. De manier van leven en werken van de mensen heeft een eigen kwaliteit die nauw samen hangt met het landschap. Deze culturele identiteit in Noordoost Twente heeft het landschap voortdurend veranderd en aangepast aan nieuwe wensen. Maar het landschap heeft ook de mensen beïnvloed en gevormd. Noordoost Twente heeft een eigen identiteit, cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. De omgeving ademt nog steeds de sfeer van rust uit.

De ontstaansgeschiedenis van Noordoost Twente is op verschillende plaatsen nog heel mooi in het landschap te herkennen. De ontginningen en vorming van kleine nederzettingen met essen begon rond 1200 na Chr. Het reliëf, de waterhuishouding en de beperkte ruimte waren sturende elementen bij het eerste gebruik en bewoning van het gebied. De bebouwing en de akkers (de essen) lagen voornamelijk op de hogere delen, de lagere moerassige beekdalen werden gebruikt als weide of hooiland en gebruikt voor het steken van plaggen voor bemesting van de akkers. Over het algemeen overheerste de individuele bewoning, waardoor deze sterk verspreid voorkomt.

kroezeboom01.jpg (146 Kb)

welkomstborden.jpg (1338 Kb)

Cultuurlandschap

Veel landschappen in Noordoost Twente hebben een economische oorsprong. De essen zijn een zeer karakteristiek onderdeel van het landschap. Een es is een bolling in het landschap van enkele tientallen ha groot. Meestal zijn mensen op een natuurlijk bolling in het landschap begonnen met landbouw. Om de grond vruchtbaarder te maken brachten ze plaggen op de es die zo langzamerhand ook steeds hoger werd. De bolling valt extra op omdat er op de es alleen akkerbouw plaatsvond en er dus ook geen houtwallen of heggen voorkomen. Meestal stond er slechts een enkele solitaire eikenboom midden op de es als baken. Van daaruit liepen meerdere wegen de es naar beneden. Rondom de es stond wel beplanting, meestal een of andere vorm van hakhoutcultuur. Vlak daarbij stonden de boerderijen.

Terwijl de essen vaak een gemeenschappelijk bezit was van meerdere boeren, waren de kampen min of meer eenmansessen. Boeren waarvoor geen plek was op de gemeenschappelijke es, begonnen hun eigen ‘es’. Daarvoor zochten ze een droge plek uit in het landschap en ook die groeide langzaam uit tot een bolling in het landschap. Omdat de kampen en daarmee de boerderijen nogal verspreid lagen, gingen er vele paden van boerderij naar boerderij. Bij een boerderij aangekomen waren er splitsingen van paden om naar andere boerderijen te gaan. Op sommige plaatsen zijn deze knooperven nog steeds te zien.

Toen de hogere delen van het landschap allemaal ontgonnen waren, is tot in de eerste helft van de twintigste eeuw ook de rest van het gebied ontgonnen. Woeste gronden werden in gebruik genomen voor landbouw. In het landschap zijn deze ontginningen al meteen herkenbaar door het grootschaliger karakter er van. Vaak rechtlijnig en kaas. Daarvan afwijkend zijn de Mander cirkels. Het voordeel daarvan was een effectief gebruik van de ruimte en een gemakkelijker manoeuvreren met machines.

Heel kenmerkend voor de streek zijn de vele houtwallen. Als veekering zijn overal tussen percelen houtwallen aangelegd. De houtwallen horen niet per se bij een ontginningstijd of een type landschap. In principe staan er overal houtwallen. Zelfs in de relatief jong ontgonnen gebieden, zoals rondom Manderveen. Alleen op de essen en de kampen komen de houtwallen en heggen niet voor. De belangrijkste bedreiging voor de houtwallen is een gebrek aan onderhoud, omdat het voor de meeste agrarische bedrijven niet meer op te brengen om deze economisch niet noodzakelijke elementen te bewaren. Regelmatig verdwijnen de wallen dan ook omdat percelen worden samengevoegd of omdat ze weggekwijnd zijn door gebrek aan onderhoud.

Omdat de mensen zich zo sterk verbonden voelen met het landschap, hebben ook veel cultuurhistorische elementen hun oorsprong in hun landschappelijke ligging. In de steden van Twente is lange tijd een bloeiende textielindustrie geweest. De textielbaronnen wilden buiten wonen en kozen in eerste instantie de mooie plekken net buiten de stad uit voor hun landgoederen uit. Later zijn er ook verder weg, dus in Noordoost Twente diverse landgoederen ontstaan. Ook valt het op dat er in het landschap veel landkruizen en Mariakapelletjes staan. Mensen hebben in de loop der tijd dus vaak een uiting van hun geloof gegeven door het landschap tekens mee te geven. Geloof en religie zijn in deze streek dus niet voorbehouden aan de kerken en de individuele beleving, maar is iets wat nauw samen hangt met het landschap en de openbaarheid. Andere cultuurhistorische elementen in Noordoost Twente zijn Het Stift (oud en beschermd dorpsgezicht uit de 12e eeuw), Ootmarsum (beschermd stadsgezicht) en het kanaal tussen Almelo-Nordhorn (kanaal uit de 19e eeuw met diverse waterstaatswerken, zoals sluizen en technische details, zoals de kruisingen met de Dinkel en de beken).

Hoewel het landschap van Noordoost Twente vooral een cultuurlandschap is, komen er ook veel belangrijke natuurwaarden voor in het gebied. Met name de grote vegetatiekundige Victor Westhoff heeft het gebied regelmatig bezocht, inventarisaties gemaakt en voortdurend lyrisch geweest over de diversiteit aan natuur die er op dit kleine gebied voorkomt. Sommige natuur is gebonden aan dat cultuurlandschap, andere planten en diersoorten weten juist de schaarse pure natuurgebieden te vinden. De zogenaamde cultuurvolgers hebben meerdere landschapstypen nodig. Die landschapstypen moeten daarom op korte afstand van elkaar voorkomen. Ze vinden deze omgeving in de kleinschaligheid van het landschap van Noordoost Twente vinden.

watermolenvanfrans.jpg (542 Kb)

lutterzand02.jpg (2337 Kb)

Stuwend landijs en stromende beken

Maar niet alleen het zichtbare is bijzonder, ook de geologische opbouw van het gebied is dat. Door de stuwende werking van het landijs in de op een na laatste ijstijd werd de bestaande ondergrond opgestuwd en vormde het opgestuwde materiaal zogenaamde stuwwallen. Het landschap in Noordoost Twente wordt nog steeds gekenmerkt door een sterk wisselend reliëf. Op korte afstanden van elkaar komen grote verschillen voor in hoogteligging, waterhuishouding en bodemtypen. De stuwwallen hebben een andere geologische opbouw dan de meeste andere stuwwallen in Nederland. De unieke bodemopbouw bestaat uit zand, grind en leem. Door de leemlagen komt water op veel plaatsen spontaan uit de bodem opwellen. Door de ondoorlatende lagen wordt het water over het oppervlak afgevoerd, waardoor een grote dichtheid aan beken is ontstaan.

Bewoners zijn zich voortdurend bewust van het nut en noodzaak, maar ook het gevaar van het water. Voortdurend moest er een antwoord zijn op de tekorten of overvloeden aan water. Op de twee stuwwallen ontspringen tientallen beken die elkaar steeds ontmoeten en groter worden. Naar het westen toe stromen de beken uiteindelijk in de Regge, in het oosten stromen ze in de Dinkel. Deze twee bekensystemen hebben altijd een grote invloed gehad op het landbouwsysteem. Boeren gebruikten de essen voor de akkerbouw, de heiden voor de veeteelt en de velden rondom de beken, de meden, maten en flieren, als hooilanden. Het waren de vruchtbare gedeelten die regelmatig onder water liepen, maar waar wel een relatief hoge productie plaatsvond. Enerzijds bracht het water dus productie voort, anderzijds was er altijd gevaar voor overstroming. Na de Tweede Wereldoorlog is ook in Noordoost Twente de rationalisatie in de landbouw stevig ter hand genomen en zijn veel beken rechtgetrokken. In feite zijn het efficiënte waterafvoerkanalen geworden. Momenteel is vijf procent van de beken nog te typeren als natuurlijk, de rest is inmiddels rechtgetrokken. Gelukkig zijn op diverse plekken nog wel onderdelen van de beeksystemen bewaard gebleven.

Op dit moment zijn er ongeveer 125 bronnen in kaart gebracht en beschreven. Het gaat hier zowel om de (beschaduwde) bosbronnen als de (open) weidebronnen. Een deel van die bronnen is particulier eigendom en een deel is in handen van natuurbeschermingsorganisaties. Door onvoldoende kennis over het beheer van bronnen en inrichting, gaan onbedoeld veel waarden verloren. In het project ‘Terug naar de bron’ proberen waterschap, gemeenten, provincie en terreineigenaren de bronnen van beken weer te herstellen en zichtbaar te maken. ‘Terug naar de bron’ levert kennis en zorgt ervoor dat de eigenaar in staat is om maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor de juiste inrichting en het juiste beheer.


Verwijzing: www.provincie.overijssel.nl