Het gaat weer goed met Bernard. Hij onderneemt weer dingen, gaat er weer op uit en zit over het algemeen lekker in zijn vel. Dat was de afgelopen jaren wel anders. Na de dood van zijn vrouw, nu tien jaar geleden, kwam Bernard langzaam maar zeker in een isolement terecht. Hij kwam zijn huis bijna niet meer uit en dreigde te vereenzamen. De ommekeer kwam toen Bernard vaste bezoeker werd van zorgboerderij Erve Sleiderink in Beuningen. Sindsdien is hij weer tot leven gekomen, ook thuis, merken zijn kinderen. Hij hoort er weer bij.
‘We zien dat steeds vaker,’ zegt Francien Sleiderink. Samen met haar man Harry runt ze sinds drie en half jaar een zorgboerderij, aan de Harbertweg even buiten de kern van Beuningen. ‘Mensen die dreigen te vereenzamen leven hier helemaal op. Dat is geweldig om te zien.’ Toch vormt deze categorie niet de hoofdmoot van de doelgroep waarop de Sleiderinks zich richten. ‘Wij proberen op de eerste plaats een zinvolle dagbesteding te bieden aan mensen met een lichamelijke handicap als gevolg van niet aangeboren hersenletsel. Je moet dan denken aan mensen die een herseninfarct hebben gehad, of een hersentumor. Ook hebben we hier bezoekers met geestelijke beperkingen zoals beginnende dementie en tenslotte is hier ook de groep die thuis vereenzaamt van harte welkom.’


Het idee om naast de melkveehouderij (‘die komt natuurlijk op de eerste plaats’) een zorgboerderij te beginnen rijpte langzaam bij Francien en Harry Sleiderink. ‘Ik heb mijn verpleegkundige opleiding in het ziekenhuis gehad,’ vertelt Francien. ‘Na de geboorte van onze drie kinderen heb ik een tijd in het Losserse verpleeghuis gewerkt. Daar stelde ik voor mezelf vast dat je meer voor deze mensen moet kunnen doen dan hen binnen de muren van een dergelijke voorziening wordt geboden. Het kwam wel voor dat ik bewoners voor een paar uurtjes mee naar huis nam en dan zag hoe ze opbloeiden op ons erf. Van het een kwam het ander. We hebben er uiteindelijk twee jaar over gedaan voordat we de tijd rijp vonden om definitief met een zorgboerderij te beginnen.’
Bonen doppen
Op deze zomerse dag heeft het merendeel van de vaste bezoekers zich rond de tafel geschaard die buiten in de schaduw van enkele eeuwenoude bomen staat. Er worden bonen gedopt, aardappels geschild en eieren gesor-teerd. ‘We bieden de deelnemers verschillende mogelijkheden aan. We hebben een melkveebedrijf waar ze een handje mogen helpen, dan is er natuurlijk het jongvee dat verzorging nodig heeft. In de moestuin en de kweekkas is altijd wat te doen en er zijn bij ons op de boerderij ook gezelligheidsdieren zoals Ewoud de pony, konijnen, schaapjes, geiten en een volière met parkieten. We proberen de mensen zoveel mogelijk te laten deelnemen aan de dagelijkse werkzaamheden op ons bedrijf. De kwaliteit van de beleving is daarbij uiteraard veel belangrijker dan de productie die ze leveren.’
Het echtpaar Sleiderink heeft, voordat het aan het avontuur begon, veel informatie ingewonnen bij andere zorgboerderijen. ‘De voorbereiding heeft twee jaar geduurd. Je moet er met het hele gezin achter staan, anders moet je er niet aan beginnen. Mijn man heeft natuurlijk zijn melkveebedrijf waar hij druk mee is, maar vindt toch ook regelmatig tijd om even bij te springen en een praatje te maken met de deelnemers. Je merkt dat de mensen dat plezierig vinden. Het dagelijkse leven op de boerderij speelt een zeer belangrijke rol in de zorg die we leveren.’