Een zacht gemurmel, alleen te horen als iedereen zich écht stil houdt, maakt duidelijke dat hier iets bijzonders gebeurt. Sinds mensenheugenis borrelt het water in de omgeving van Oldenzaal en Ootmarsum op uit de grond. Door niets laat het zich weerhouden. De wisseling der seizoenen heeft er geen greep op, noch de soms dramatische loop van de geschiedenis. Het gaat altijd door. Jaar na jaar na jaar:
Bovenstaand citaat komt uit het boek ‘Zeven dalen, zeven verhalen’, een boek over de bronnen van Twente en hiermee beginnen we het verhaal over het herstel van de diverse bronnen die in Noordoost-Twente op diverse plekken hun oorsprong hebben. Het Springendal, de Mosbeek, maar ook de stad Ootmarsum herbergen diverse bronnen.
“Het initiatief voor het herstel van bronnen en hun omgeving ligt bij de Stichting Natuur en Milieu Ootmarsum. Zij herstelden een aantal jaren geleden een paar bronnen binnen de bebouwde kom van het dorp en zorgden zo voor kleine oases van natuur in de gebouwde omgeving”, vertelt beleidsmedewerker Karel Hesselink van het waterschap Regge en Dinkel. “De uitstraling en het belang van deze initiatieven werd ingezien door een aantal partijen die er op uitgebreidere schaal mee verder wilden. De Provincie Overijssel, de Stichting Natuur en Milieu, Landschap Overijssel, Staatsbosbeheer en waterschap Regge en Dinkel sloegen de handen ineen met de mensen uit Ootmarsum. Resultaat is het herstelproject ‘Terug naar de Bron’, waarover we als waterschap formeel de regie voeren.”
Meer dan fysiek herstel
Hoewel de kern van het project natuurlijk gevormd wordt door het daadwerkelijk herstel en duurzaam beheer van de bronnen, wordt het geheel veel breder opgepakt. Zo is er een Adoptieplan waarbij het onderhoud van een bron gekoppeld wordt aan educatie. Scholen adopteren een bron en zorgen voor het onderhoud ervan. Dat betekent bijvoorbeeld het afvoeren van maaisel of het verwijderen van jonge boompjes rond een weidebron. Juist de aanwezigheid van bronnen maken weidegebieden voor boeren zelf namelijk minder aantrekkelijk: te nat en te weinig vlak. In het verleden probeerden boeren dan ook vaak het bronwater via sloten of drainage binnen de perken te houden en zo snel mogelijk af te voeren. Ook vermesting vormt nog steeds een bedreiging voor de specifieke natuur rond veel bronnen. Als scholen het onderhoud voor hun rekening nemen, krijgt de natuur nieuwe kansen en biedt dat leerlingen mogelijkheden tot natuureducatie en natuurbeleving.
Concrete werkzaamheden
Maar zoals gezegd, de kern van het project is het daadwerkelijk herstel van deze ‘pareltjes van natte natuur’. En daarvoor neemt Karel Hesselink ons graag mee het veld in. Al na een paar minuten zijn we overtuigd. Het unieke gebied in de driehoek tussen Vasse, Uelsen en Ootmarsum, met zijn coulisselandschap op de hellingen van het dal van de Mosbeek verdient het om te worden hersteld, beschermd en genoten. Karel: “Daarvoor moeten we wel een aantal bedreigingen het hoofd bieden. Waterwinning en drainage bijvoorbeeld zorgen voor verdroging. Vermesting en verruiging bedreigen de waterkwaliteit, verstedelijking rukt op en verkeerd beheer helpt de specifieke omstandigheden van het kwetsbare stuwwallandschap om zeep. De bronnen vormen de basis van het karakteristieke beekdallandschap en dus moeten we bronnen en beken in combinatie aanpakken.”
Aansprekende resultaten
Het resultaat mag er zijn. Op een goede vijftig meter uit elkaar laten een bosbron en een herstelde weidebron zien hoe het er straks in veel gevallen gaat uitzien. Op een centraal gelegen punt in de hoog gelegen weide borrelt het water op dat via een gedeeltelijk met stenen gevulde ondiepe bedding naar beneden stroomt, een singel met een hoogteverschil van anderhalve meter doorloopt en beneden in de laag gelegen Mosbeek stroomt. De bosbron verderop in de door het ijs uitgesleten tong hoeft minder hoogteverschil te overbruggen naar de bijna helemaal begroeide Mosbeek. Paradijselijk, een beter woord is er niet. Hetzelfde geldt voor een weide een paar honderd meter verderop aan de kop van de Mosbeek waar Landschap Overijssel al vijftig jaar het beheer voert: een paar duizend exemplaren van de zeldzame gevlekte rietorchis geven het veld een paarse gloed.
In het project ‘Terug naar de bron’ zijn 125 bronnen opgespoord waarvan er inmiddels 24 met succes hersteld zijn. In 2008 is de start gemaakt met de volgende fase; er wachten nog bijna 100 andere bronnen in Twente. Voor sommigen is het voldoende om een bovenlaag af te schrappen en via stenen te voorkomen dat het zand snel uitspoelt. In andere gevallen moeten we oude bronnen en beeklopen helemaal opnieuw aanleggen. Dat betekent drainagebuizen verwijderen en de dichtgestorte waterloop weer helemaal opnieuw uitgraven.
Zeven dalen, zeven verhalen
Wilt u meer weten over de bronnen van Twente? In het boek ‘Zeven dalen, zeven verhalen’ is op liefdevolle wijze beschreven welke functies bronnen zoal hebben in Twente voor landschap, mens, flora en fauna en worden mensen aan het woord gelaten voor wie de bronnen een bijzondere betekenis hebben. In dit boek staan niet de feiten voorop, maar veeleer een sfeerschets van dit zo bijzondere deel van Nederland.
Een bron is een locatie in het landschap waar het hele jaar door water uittreedt. Zo’n bron ontstaat doordat in een bepaald gebied regenwater in de bodem zakt totdat het een ondoordringbare keileemlaag bereikt. Dan zoekt het water zich een weg over die laag tot het aan de oppervlakte komt en kan uittreden. In Nederland komen deze bronnen voor op een aantal hellingen op de Veluwe, in Zuid Limburg en hier in Twente op de stuwwal bij Oldenzaal rond de Lutte en Ootmarsum. In feite is een bron dus kwelwater dat niet op een diffuse manier aan de oppervlakte komt maar op één punt. Bronnen komen in Nederland voor in bossen en in weidegebied.
Een bron is herkenbaar aan het opborrelen van grondwater, de aanwezigheid van kenmerkende vaak zeldzame plantensoorten als goudveil en dotterbloem en diersoorten als de gewone bronlibel en beekprik. Vaak bedekt een bacterievlies het water en is de bodem roodbruin gekleurd door ijzeroxide. Het bacterievlies wordt afgescheiden door bacteriën die leven van het ijzer in de bodem. Het doet denken aan een oliefilm op het water met dat verschil dat het bij aanraking verbrokkelt in plaats van weer samenvloeit.